Pagina
Spierklachten en statinen
In het kort
Achtergrondinformatie
Het is onduidelijk hoe vaak statinen spierklachten veroorzaken
In wetenschappelijk onderzoek kreeg minder dan 1% van de patiënten spierklachten. In de meeste studies kwamen spierklachten even vaak voor in de controlegroep als in de groep die een statine gebruikte. [2, 3] In de praktijk lopen de schattingen op tot wel 30%. [4, 5] Het is nog onduidelijk waarom dit verschil zo groot is. Mogelijk heeft berichtgeving in de media het beeld versterkt dat spierpijn een veel voorkomende bijwerking is, wat kan bijdragen aan een bepaald verwachtingspatroon bij het starten van een statine. Een recente meta-analyse geeft aan dat een statine de kans op spierpijn met 7% verhoogt, vooral in het eerste jaar van de behandeling [6]. Dit betekent dat bij 1 op de 15 mensen die spierpijn krijgen bij gebruik van een statine, de spierpijn mogelijk door de statine wordt veroorzaakt. Ernstige spierklachten, met een stijging van het creatine kinase (CK), door statinen komen veel minder vaak voor: myopathie bij 0,1 tot 0,5% van de gebruikers en rhabdomyolyse bij 0,023% van de gebruikers. [5, 7, 8]
Bij stoppen van de statine verdwijnen meestal de spierklachten
Het advies is om bij spierklachten het statine op proef te stoppen en na vier tot zes weken, als de klachten weg zijn, te herstarten met hetzelfde of een ander statine [4, 9]. Het is niet precies bekend hoeveel patiënten dan opnieuw spierklachten krijgen. De schattingen in verschillende onderzoeken lopen sterk uiteen. In sommige onderzoeken kunnen meer dan 90% van de patiënten dezelfde of een andere statine verdragen na een eerdere bijwerking. In andere onderzoeken krijgt 75% opnieuw spierklachten na herstarten van dezelfde statine en 40% na starten van een ander statine [1].
Gebruik bij herstarten de laagst mogelijke effectieve dosering
Het is ook een optie om over te stappen naar een ander statine. Een hydrofiel statine (fluvastatine, pravastatine en rosuvastatine) heeft dan de voorkeur. Deze statinen dringen minder sterk door in het spierweefsel dan de lipofielere middelen en geven mogelijk minder kans op spierklachten. Een derde mogelijkheid is om een statine met een lange werkingsduur (atorvastatine of rosuvastatine) in een lagere doseerfrequentie te geven, bijvoorbeeld om de dag [4]. Als er niet opnieuw spierklachten optreden, kan de dosis worden verhoogd om optimale LDL-waarden te bereiken.
Het is niet precies duidelijk hoe statinen spierklachten veroorzaken
Statinen remmen het enzym HMG-CoA-reductase. Hierdoor wordt er minder cholesterol aangemaakt. Mogelijk leidt dit tot minder cholesterol in het celmembraan waardoor het celmembraan minder sterk wordt. Minder aanmaak van cholesterol kan ook leiden tot depletie van eiwitten die noodzakelijk zijn voor de prenylering van eiwitten en een rol spelen in de cellulaire signaalfunctie [4, 5]. Daarnaast kunnen statinen de aanmaak van ubichinon-10 (co-enzym Q10) verminderen. Ubichinon-10 heeft een belangrijke rol in de mitochondriële elektronentransportketen [5]. Op deze drie manieren kunnen statinen mogelijk zorgen voor een niet goed functionerende energievoorziening in de spiercellen en het ontstaan van eiwitten die celdood kunnen veroorzaken. Hierdoor kunnen de spieren minder goed functioneren. Dit leidt tot pijn, ontsteking en in zeldzame gevallen spierafbraak [4, 5].
Hoge doseringen van een statine vergroten de kans op spierklachten
Bij personen met een hogere leeftijd, een verminderde nierfunctie, een kleine lichaamsbouw of eerdere spierklachten is de kans ook groter [10, 11]. Als statinen gebruikt worden in combinatie met bepaalde andere geneesmiddelen is het risico op spierklachten ook groter. Bijvoorbeeld bij gebruik van bepaalde antischimmelmiddelen, macrolide antibiotica, bepaalde antivirale middelen, verapamil en diltiazem [12].
Routinematige controle van de creatinekinase (CK)-waarde in het bloed is niet zinvol
De spierklachten bij statinen gaan meestal niet gepaard met een verhoogde CK-waarde. Alleen bij een vermoeden op myotoxiciteit wordt aangeraden om het CK te bepalen. Bij spierbeschadiging zal de CK-waarde wel stijgen. Bij rhabdomyolyse komt ook myoglobine vrij uit de beschadigde spiercellen. Dit zorgt voor de typische bruine verkleuring van de urine en kan nierschade veroorzaken [1].
-
1. Adel van den JHL. Statinegebruik blijft mogelijk na verdwijnen spierklachten. PW. 2018;153(42).
-
- 2. Collins R, Reith C, Emberson J, Armitage J, Baigent C, Blackwell L. Interpretation of the evidence for the efficacy and safety of statin therapy. The Lancet 2016;388:2532-61.
-
- 3. Kashani A, Phillips CO, Foody JM, Wang Y, Mangalmurti S, Ko DT, et al. Risks associated with statin therapy: a systematic overview of randomized clinical trials. Circulation 2006;114:2788-97.
-
- 4. Stroes ES, Thompson PD, Corsini A, Vladutiu GD, Raal FJ, Ray KK. Statin-associated muscle symptoms: impact on statin therapy-European Atherosclerosis Society Consensus Panel statement on assessment, aetiology and management. Eur Heart J 2015;36:1012-22.
-
- 5. Herrett E, Williamson E, Brack K, Beaumont D, Perkins A, Thayne A. Statin treatment and muscle symptoms: series of randomised, placebo controlled n-of-1 trials. BMJ 2021;372:N135.
-
- 6. Reith C, Baigent C, Blackwell L, Emberson J, Spata E, Davies K, et al. Effect of statin therapy on muscle symptoms: an individual participant data meta-analysis of large-scale, randomised, double-blind trials. The Lancet. 2022;400(10355):832-45.
-
- 7. Bouibit J SG, Panajatovic MV, Singh F, Krahenbuhl S. Mechanisms of statin-associated skeletal muscle-associated symptoms. Pharmacol Res. 2020;154.
-
- 8. Geers H. De rol van de apotheker bij spierpijnklachten door statinegebruik. Nederlands Platform voor Farmaceutisch Onderzoek. 2020;5.
-
- 9. De Jonge L. Zorg ervoor dat patiënt met positieve instelling start met statinen. PW. 2022 06-05-2022(18).
-
- 10. Schech S, Graham D, Staffa J, Andrade SE, La Grenade L, Burgess M, et al. Risk factors for statin-associated rhabdomyolysis. Pharmacoepidemiol Drug Saf. 2007 Mar;16(3):352-8.
-
- 11. Bruckert E, Hayem G, Dejager S, Yau C, Bégaud B. Mild to moderate muscular symptoms with high-dosage statin therapy in hyperlipidemic patients--the PRIMO study. Cardiovasc Drugs Ther. 2005 Dec;19(6):403-14.
-
- 12. Mancini GB, Baker S, Bergeron J, Fitchett D, Frohlich J, Genest J, et al. Diagnosis, prevention, and management of statin adverse effects and intolerance: proceedings of a Canadian Working Group Consensus Conference. Can J Cardiol. 2011 Sep-Oct;27(5):635-62.
Laatst bijgewerkt op 25-10-2024