Ze dragen een witte pet, marcheren in een slakkengang en eren een houten hand.
En ze hebben hun echte naam en verleden opgegeven om trouw te zweren aan het Legioen en Frankrijk.
Maak kennis met de Vreemdelingenlegionairs, de legendarische elitesoldaten van Frankrijk die vele bloedige slagen hebben uitgevochten – van gevechten tegen de nazi’s in de Noorse kou tot wrede koloniale oorlogen in de Algerijnse woestijn.
Inhoudsopgave
- Wanneer is het Vreemdelingenlegioen ontstaan?
- Waarom eren Legionairs een handprothese?
- Trekt het Legioen criminelen aan?
- Hoe kreeg het korps zijn reputatie?
- Waarom marcheert het Vreemdelingenlegioen zo langzaam?
- Vocht het Legioen in de Tweede Wereldoorlog?
- Hielden nazi’s zich schuil in het Vreemdelingenlegioen?
- Wat deed het Vreemdelingenlegioen tijdens de invasie van Frankrijk?
- Vocht het Vreemdelingenlegioen tegen zichzelf in de Tweede Wereldoorlog?
- Wat gebeurde er tijdens de Slag bij Bir Hakeim?
- Wat is het verhaal achter de uitrusting van de Legionair?
- Zo word je lid van het Vreemdelingenlegioen
IN HET KORT
- Naam: Vreemdelingenlegioen (Légion étrangère).
- Opgericht: 1831.
- Wapenfeiten: Meedogenloosheid en de onvoorwaardelijke loyaliteit aan Frankrijk en het Legioen.
- Wist je dat? Het Vreemdelingenlegioen met de Britse Susan Travers een uitzondering maakte op de regel dat alleen mannen lid kunnen worden? Zij diende als chauffeur in de Tweede Wereldoorlog.
In 1873 nam het Vreemdelingenlegioen een granaat met zeven vlammen aan als symbool. De twee vlammen die naar beneden wijzen onderscheiden de versie van het Vreemdelingenlegioen van die van de rest van het Franse leger.
© Atlaspix/Shutterstock
Wanneer is het Vreemdelingenlegioen ontstaan?
Het Vreemdelingenlegioen werd op 10 maart 1831 opgericht door de Franse koning Lodewijk Filips.
Het moest de vele buitenlandse vluchtelingen en huurlingen opnemen die na oorlogen in Europa rondzwierven en hun toevlucht in Frankrijk hadden gezocht.
In het koninklijk besluit tot oprichting van de eenheid stond dat het Legioen alleen buiten Frankrijk kon dienen.
Frankrijk had het jaar daarvoor Algerije in Noord-Afrika bezet, en toen de Franse troepen een tekort aan mankracht hadden, gingen de Legionairs meteen op pad.
Door het Legioen in te zetten kon Frankrijk zijn leger versterken en Franse levens redden. Het Legioen hielp bij de opbouw en het behoud van het Franse koloniale rijk.
In Algerije vochten legionairs samen met criminelen die beroemd waren om hun zelfgemaakte tatoeages in het beruchte regiment Bat’ d’Af’. De foto van deze getatoeëerde legionair komt waarschijnlijk uit de jaren 1920.
© La Manufacture de livres
Het verblijf in Algerije was in het begin allesbehalve glorieus.
De Legionairs dienden bij het Bat’ d’Af’, een regiment van gevangenen en onhandelbare soldaten.
Ze kregen de zwaarste taken, zoals moerassen droogleggen, bomen kappen en wegen bouwen.
Waarom eren Legionairs een handprothese?
In de jaren 1860 vocht het Vreemdelingenlegioen tijdens de Franse invasie van Mexico.
Op 30 april 1863 moest een patrouille van 65 man onder leiding van kapitein Jean Danjou een Frans konvooi met militaire uitrusting beschermen.
Bij de plaats Camarón de Tejeda, niet ver van Veracruz, stuitten de Legionairs op 3000 Mexicaanse troepen.
Kapitein Danjou was niet onder de indruk. Toen de Mexicanen hem aanspoorden om zich over te geven, schreef hij terug: ‘We hebben munitie. We geven ons niet over.’
10 jaar eerder had Danjou zijn linkerhand verloren bij een wapenongeluk in Algerije. Hij liet zich niet naar huis sturen, maar mat zich een houten prothese aan, die een symbool werd van vechtlust en doorzettingsvermogen.
Tijdens de gevechten liet hij de Legionairs bij de prothese zweren dat ze de strijd tegen de Mexicaanse overmacht zouden voortzetten.
De eenarmige kapitein Danjou en zijn 65 legionairs hielden enkele duizenden Mexicaanse soldaten tegen tijdens de Slag bij Camarón op 30 april 1863.
© Division histoire et patrimoine de la Légion étrangère
Hoewel Danjou sneuvelde, hielden de Legionairs woord. Drie keer weigerden ze het aanbod van de vijand om zich over te geven. Pas toen er nog maar drie legionairs over waren, capituleerden ze.
Verhalen over de dappere strijd van de Legionairs gingen als een lopend vuurtje door het land, en zo kregen ze hun reputatie als harde en standvastige strijders.
De gevallenen worden elk jaar op 30 april – Camaróndag – geëerd met een parade. Als speciaal eerbetoon mag een geselecteerde Legionair de prothese van Danjou dragen.
Door de jaren heen hebben verschillende beroemdheden zich aangemeld bij het Vreemdelingenlegioen. Vandaag de dag heeft het 11 rekruteringskantoren in heel Frankrijk.
© sylv1rob1/Shutterstock
Beroemdheden stonden in de rij voor het Legioen
Het Vreemdelingenlegioen stelt geen vragen over de achtergrond van de aspiranten. Hierdoor is de eenheid aantrekkelijk voor mensen – ook beroemdheden – die op zoek zijn naar avontuur of hun verleden willen ontvluchten.
© Wikimedia Commons
Cole Porter: Op de vlucht voor recensenten
In 1916 was de Amerikaanse componist naar verluidt zo teleurgesteld over de recensies van zijn eerste Broadwayshow dat hij zich aanmeldde bij het Vreemdelingenlegioen. Informatie over zijn tijd in de eenheid is schaars, maar hij diende mogelijk in Noord-Afrika.
© Wikimedia Commons
Jean-Marie Le Pen: Patriot tekende voor verloren oorlog
De oorlog in Indochina was zo goed als verloren toen Le Pen, de latere leider van het rechtse Front National, er in 1954 kwam met het Vreemdelingenlegioen. Le Pen zei later dat patriottisme zijn drijfveer was geweest om dienst te nemen.
© Wikimedia Commons
Lodewijk Napoleon: Napoleon wilde vechten
In 1940 wilde prins Lodewijk Napoleon Bonaparte, een nazaat van keizer Napoleon, het leger in, maar Frankrijk wees hem af vanwege zijn koninklijke achtergrond. Daarom ging hij bij het Vreemdelingenlegioen onder de naam Louis Blanchard.
© Danske Soldater
Prins Aage: Failliete prins werd Legionair
Toen prins Aage van Denemarken al zijn geld verloor toen in 1922 een bank omviel, nam hij dienst in het Vreemdelingenlegioen. Tijdens zijn 17 dienstjaren werd hij gedecoreerd met het Legioen van Eer (Légion d’honneur) en het Oorlogskruis (Croix de guerre).
Trekt het Legioen criminelen aan?
Het Legioen is altijd aantrekkelijk geweest voor mannen die hun verleden willen ontvluchten, zoals zware criminelen.
Nieuwe rekruten – engagés volontaires (EV) – kregen geen vragen over hun verleden of hun motieven om lid te worden.
Daarnaast verplichtte de zogeheten anonimiteitsregel legionairs om een nieuwe naam aan te nemen. Dit maakte het legioen extra aantrekkelijk voor misdadigers.
De naamsverandering geldt voor ten minste het eerste jaar, maar de Legionair kan – als hij dat wil – zijn valse naam gedurende de vijf jaar van het contract behouden.
Het Legioen meed zware misdadigers die voor onrust konden zorgen echter.
Zelfs nu nog is de houding ten opzichte van criminelen ambivalent.
Volgens de website van het Legioen accepteert de eenheid geen rekruten die gezocht worden door de politieorganisatie Interpol.
‘Moord, drugshandel of andere ernstige misdaden worden NIET getolereerd,’ staat op de website, die ook benadrukt dat ‘elk geval individueel wordt beoordeeld na een gesprek met een recruiter’.
Hoe kreeg het korps zijn reputatie?
Het Vreemdelingenlegioen kreeg zijn reputatie als harde maar effectieve elite-eenheid tijdens de hardhandige onderdrukking van rebellen in het koloniale Algerije.
De eenheid werd ingezet als er fel gevochten moest worden en alle vuile trucs waren toegestaan.
Antoine Sylvère, die in 1905 bij het Legioen ging, tekende op wat zijn commandant zei: ‘In het Legioen vechten we niet als hoofse ridders. We vechten zo smerig mogelijk. De vijand vindt dat niet leuk, maar hij is de vijand, dus we hoeven hem niet zo netjes te behandelen.’
De legionairs werden ingezet in de wrede oorlog tegen Algerijnse rebellen, hier met gevangenen. De gevechten duurden van 1954 tot 1962 en eindigden in een nederlaag voor Frankrijk, dat Algerije als kolonie moest opgeven.
© Alamy
Ook boeken en daarna films leverden verhalen over lastige selectieproeven, rigoureuze training, afranselingen en blinde loyaliteit.
‘Je loopt met je schoenen vol bloed,’ zei Sylvère over de lange marsen, die net als lijfstraffen en psychische vernederingen aan de orde van de dag waren.
Alleen mannen konden lid worden van het Vreemdelingenlegioen, en samen met de lange diensttijd van 5 jaar gaf dit het Legioen de naam een besloten broederschap te zijn. Het motto benadrukte dat nog eens: Legio Patria Nostra’ (het Legioen is ons vaderland).
De reputatie van de eenheid als bijzonder gevaarlijk ontstond in Algerije, waar tropische ziekten in de jaren 1830 veel levens eisten.
Gedurende het hele bestaan van het Legioen zijn er 902 officieren, 3176 onderofficieren en ruim 30.000 soldaten gestorven, waarvan een derde in gevechten.
De oorlog in Frans-Indochina (nu Vietnam) was het dodelijkst. Maar liefst 10.000 Legionairs sneuvelden alleen al tussen 1946 en 1954, vooral tijdens de Slag bij Dien Bien Phu in 1954, waar 2000 Franse soldaten werden gedood door de Vietnamese rebellen.
De slag is nog steeds de zwartste bladzijde in de geschiedenis van het Legioen.
Waarom marcheert het Vreemdelingenlegioen zo langzaam?
Volgens de mythe is de traditie van langzaam marcheren ontstaan omdat de Legionairs hun krachten moesten sparen onder de verzengende Algerijnse zon.
Dit klopt echter niet, en de echte reden is onbekend.
Mogelijk is het begonnen als poging om de manier waarop de soldaten van de koning vóór de revolutie marcheerden na te bootsen.
Het marstempo van het legioen is circa 88 stappen per minuut, wat aanzienlijk langzamer is dan de standaard van zo’n 120 stappen per minuut.
© DreamSlamStudio/Shutterstock
De trage mars werd echter voor het eerst gebruikt tijdens de overwinningsparade over de Champs-Élysées op 18 juni 1945 na de Tweede Wereldoorlog.
Vanwege het slakkengangetje loopt het Vreemdelingenlegioen tijdens parades achteraan om de andere deelnemers niet op te houden.
Zo krijgt het publiek ruim de tijd om de Legionairs te bewonderen, die traditioneel het grootste applaus krijgen.
Vocht het Legioen in de Tweede Wereldoorlog?
Een van de beroemdste eenheden van het Legioen was de 13e DBLE (Demi-brigade de Légion étrangère).
Die ontstond in januari 1940 en moest de oprukkende nazi’s bestrijden.
In mei 1940 landde de brigade in het Noorse Narvik, een belangrijke havenstad waar de Duitsers ijzererts verscheepten.
In de nacht van 28 op 29 mei begonnen de 1500 Legionairs hun aanval met de hulp van Noorse en Poolse soldaten.
De Duitse troepen, waaronder Duitse en Oostenrijkse bergjagers, boden hevig verzet, maar ondanks het onbekende terrein presteerden de woestijnstrijders van het Legioen goed.
Aan het einde van de dag was Narvik veroverd en had Hitler zijn eerste strategische nederlaag geleden.
De Duitsers keerden echter terug, en voordat de geallieerden de stad volledig in handen hadden, werden de troepen teruggeroepen om te worden ingezet op het continent, waar Frankrijk een wanhopige strijd voerde tegen de Duitse invasiemacht.
Hielden nazi’s zich schuil in het Vreemdelingenlegioen?
Vóór de Tweede Wereldoorlog dienden er veel Duitsers in het Vreemdelingenlegioen, maar de nazi’s verboden dat omdat het Derde Rijk de mannen zelf nodig had.
In 1945 hieven de geallieerden het verbod op na druk van Frankrijk en konden Duitsers zich weer aanmelden.
Zoveel Duitsers maakten hier gebruik van dat tijdens de oorlog in Indochina van 1946 tot 1954 maar liefst 60 procent van de Legionairs Duits was.
Het Legioen trok vooral Franstalige Duitsers aan, zoals de malgré-nous – mannen uit de Elzas en Lotharingen die tijdens de bezetting in het Duitse leger dienden.
Hoeveel van de rekruten oorlogsmisdadigers of fanatieke nazi’s waren, is onduidelijk. Het Legioen liet officieel geen voormalige SS’ers toe, maar uit verslagen blijkt dat deze regel vaak werd overtreden.
‘Ze lieten ons onze linkerarm optillen om te zien of we de tatoeage hadden die aangaf dat we een SS-veteraan waren en die ook de bloedgroep toonde. Sommigen hadden kleine, oppervlakkige wondjes precies in de linkeroksel. Enkele van deze vrijwilligers werden afgewezen, terwijl anderen werden toegelaten. Waarom dit zo was, ben ik nooit te weten gekomen,’ schreef Janos Kemencei, een Hongaar die in 1946 op zijn 17e bij het Legioen ging.
Wat deed het Vreemdelingenlegioen tijdens de invasie van Frankrijk?
Net als de andere Franse strijdkrachten werd het Vreemdelingenlegioen onder de voet gelopen toen Duitsland binnenviel op 10 mei 1940.
‘De invasie is als een vloed van tanks’ – zo beschreef een Legionair de Duitse blitzkrieg.
‘Onze enige optie als infanterieregiment was om zelf te vechten tegen een vijand die buitengewoon goed was uitgerust met modern materieel,’ schreef hij na een gevecht met de Duitsers bij Marchélepot in Noord-Frankrijk.
Op 22 juni gaf Frankrijk zich over. De officiële regering, vanuit Vichy geleid door maarschalk Pétain, collaboreerde met de Duitsers.
Generaal Charles de Gaulle weigerde echter mee te werken en zich over te geven en vestigde zich in Londen, waar hij de Vrije Franse Strijdkrachten oprichtte.
De bezetting van Frankrijk verdeelde de Legionairs.
Terwijl sommigen er om patriottische redenen voor kozen om de officiële regering te blijven steunen, sloten anderen zich aan bij De Gaulle.
Dit laatste gold vooral voor de 13e DBLE, dat na het avontuur in Narvik naar Engeland kwam en zich daar aan kon sluiten bij de vrijheidsbeweging van De Gaulle.
Dit was niet alleen een kwestie van overtuiging. Lid worden van de Vrije Fransen van De Gaulle bood kansen voor een militaire carrière en was daarom voor veel legionairs een aantrekkelijke keuze.
‘Het enige wat ik kan is autorijden. In het burgerleven zou ik een mislukkeling zijn en mijn gezin niet kunnen voeden,’ merkte een officier op.
Vocht het Vreemdelingenlegioen tegen zichzelf in de Tweede Wereldoorlog?
In juni 1941 namen Legionairs van de 13e DBLE als onderdeel van de Vrije Franse Strijdkrachten deel aan de geallieerde invasie van Syrië en Libanon. Die landen vielen onder de pro-Duitse Vichy-regering.
In Kadam, een voorstad van de Syrische hoofdstad Damascus, kwamen ze in botsing met Legionairs van het 6e Infanterieregiment die trouw waren gebleven aan de Vichy-regering.
Tijdens een vuurgevecht op de avond van 19 juni werd een Legionair van de Vrije Fransen gedood en raakte een lid van de tegenpartij gewond.
Om het moreel op te vijzelen, droeg de commandant van de Vrije Fransen zijn hoornblazer op om Le Boudin te spelen, het strijdlied van het Legioen.
Onmiddellijk daarna klonken dezelfde tonen van de andere kant.
De commandanten van de twee eenheden ontmoetten elkaar, en de Vrije Fransen beloofden hun opmars stil te leggen tot 1.00 uur, het tijdstip waarop de vijandelijke Legionairs niet langer gebonden waren aan hun orders om stand te houden.
Op een klein incident na vermeden de twee eenheden verdere confrontaties tijdens de operatie, die eindigde in een overwinning voor de geallieerden en de Vrije Fransen.
Wat gebeurde er tijdens de Slag bij Bir Hakeim?
Met ‘Woestijnvos’ Erwin Rommel aan het hoofd denderde het Duits-Italiaanse Panzerarmee Afrika in de vroege zomer van 1942 door Noord-Afrika.
Maar bij Bir Hakeim, een oase in de Libische woestijn ten zuidwesten van Tobroek, stuitte Rommel op weerstand. Hier wachtte een troepenmacht van de Vrije Fransen, verschanst in een oud fort omringd door loopgraven, mijnenvelden en schuttersputjes.
Gedurende twee weken en twee dagen, van 26 mei tot 11 juni 1942, verdedigde de eenheid, die vooral uit buitenlandse legionairs bestond, de stelling en werd de opmars van de nazi’s vertraagd.
De Slag bij Bir Hakeim in 1942 was een van de meest glorieuze momenten van het Vreemdelingenlegioen. De legionairs, hier in hun woestijnuniform, hielden stand tegen de overmacht van de Duitse generaal Rommel.
© Warfare History
Hierdoor moesten de Duitsers afzien van een geplande invasie van Malta en hadden de Britten ruim de tijd om de verdediging van El Alamein voor te bereiden – waar ze later Rommels verdere opmars in Egypte verhinderden.
‘In de hele woestijnoorlog hebben we nooit een heldhaftiger en standvastiger verdediging gezien,’ schreef de Duitse generaal-majoor Friedrich von Mellenthin later over de verdediging van Bir Hakeim.
Wat is het verhaal achter de uitrusting van de Legionair?
Legionairs zijn makkelijk te herkennen aan hun speciale uniform en uitrusting.
Het opvallendst is de witte pet, in het Frans kepi blanc. Hij is voorzien van een lap stof die de nek bedekt en werd oorspronkelijk gebruikt in Algerije, waar hij beschermde tegen de brandende zon.
In die tijd was de kepie overtrokken met een kakikleurige stof, die bedekt kon worden met een witte hoes. Pas in 1939 werd de witte kepie een vast onderdeel van het uniform.
De kepie is nu volledig van witte stof en wordt zonder hoes gedragen.
Aan de voorkant van de pet zit een embleem met een exploderende granaat met zeven vlammen – het symbool van het Legioen.
De witte pet, kepi blanc, is ontworpen als bescherming tegen de brandende Algerijnse zon en is het handelsmerk van het Legioen geworden.
© Legionstories.com
De officiële kleuren van het Legioen zijn rood en groen, die ooit werden gebruikt door de Zwitserse Garde van de Franse koningen.
Tot de uitrusting van de legionair behoort ook de zogeheten boudin, een stuk stevige stof waarin de Legionair de spullen wikkelde die niet in zijn rugzak pasten. De stof was oorspronkelijk rood – vandaar de naam, die bloedworst betekent in het Frans.
Het uniform is vandaag de dag nog steeds te zien, onder andere tijdens de traditionele parade in Parijs op de nationale feestdag 14 juli.
Maar het aantal marcherende Legionairs neemt af.
Toen Algerije in 1962 onafhankelijk werd, was de tijd van Frankrijk als koloniale mogendheid voorbij en werd de rol van het Vreemdelingenlegioen beperkt.
Tussen 1962 en 1972 werd het Legioen gereduceerd van ongeveer 20.000 man tot iets meer dan 7000.
Tegenwoordig bestaat het legioen uit zo’n 8500 mannen. Die zijn onder meer gestationeerd in Afrikaanse landen als onderdeel van de defensiesamenwerking met Frankrijk.
Zo word je lid van het Vreemdelingenlegioen
Elke man tussen de 17 en 39 jaar die geen zware criminele achtergrond heeft, kan bij het Vreemdelingenlegioen. Maar niet iedereen komt door de strenge basistraining heen. 85 tot 90 procent van de vrijwilligers haakt onderweg af.
Leeftijd
Je moet tussen de 17 en 39 jaar oud zijn om lid te worden.
Nationaliteit
Het maakt niet uit waar je vandaan komt, en je krijgt een nieuwe identiteit als je wordt geaccepteerd.
Fitheid
Je moet fysiek fit zijn en tijdens het wervingsproces een reeks veeleisende fysieke tests ondergaan.
Geen criminele achtergrond
Op een paar uitzonderingen na accepteert het Legioen geen mensen met serieuze strafrechtelijke veroordelingen.
Werving
Belangstellenden moeten zich persoonlijk melden bij een van de 11 wervingscentra van het Legioen in Frankrijk.
Mentale en psychologische beoordeling
Je moet slagen voor een psychologische evaluatie om er zeker van te zijn dat je de mentale kracht hebt die nodig is om de strenge discipline aan te kunnen.
Contract
Rekruten tekenen een contract voor vijf jaar en als ze hun training afronden, krijgen ze de status van Legionair. Na drie jaar dienst kunnen Legionairs het Franse staatsburgerschap aanvragen.
Training
Na hun aanmelding ondergaan de rekruten een afmattende basistraining van zo’n vier maanden in Castelnaudary in Zuid-Frankrijk.
MEER OVER HET VREEMDELINGENLEGIOEN
- Douglas Porch: The French Foreign Legion, Macmillan, 1991
- David Jordan: The History of the French Foreign Legion, Lyons Press, 2005